Wij staan voor Ons Vinkel

Wie wont doar eigenluk? - februari 2016

Wie wont doar eigenluk? - februari 2016

Brugstraat 77 - Vinkel


Op m’n strooptocht door Vinkel, om te kijken waar ik dit keer eens ga kijken voor ’n stukje, kom ik op carnavalszaterdag uit bij Brugstraat 77. Hier woont sinds 11 April 2015 Linda Biesheuvel samen met haar 2 zonen Max en Rick. Linda vraagt bij binnenkomst: “Jij moet waarschijnlijk bij de buren zijn!” Nee, antwoord ik. Graag wil ik aan je vragen of je iets wil vertellen, over wie je bent en wat je doet! Wil je dat van mij weten? Ja, zeg ik. Wanneer? Nu! Oke! Ga zitten”, zegt Linda. Koffie?

 

Ik ben dus Linda Biesheuvel en ben geboren op 23 februari 1968 in Rijswijk (N.Br). 42 Jaar heb ik in de ‘Bijbelbelt’ gewoond en ben uiteindelijk vertrokken. Maar niet gevlucht! Vluchten bestaat niet, vind ik, je neemt altijd je zelf mee! Ik had daar iets uit te zoeken en na 42 jaar ben ik vertrokken. Meelopen, is daar het devies! Dat ging mij niet zo gemakkelijk af, dus heb ik besloten om alle schepen achter me te verbranden, en m’n heil ver van Rijswijk te gaan zoeken. Als je ermee om kan gaan, is het daar, waar de Waal en Maas samenkomen en in Merwede doorgaat, mooi wonen. Op een relatief klein gebied zitten gereformeerden, hervormden en katholieken op een hoopje, aan het water. Rijswijk is hervormd, maar een dorp verder zijn ze gereformeerd en Heusden is weer katholiek. Het is moeilijk uit te leggen, ik heb er 42 jaar gewoond en kan je niet precies zeggen hoe het nu allemaal zit. Op den duur was ik he-le-maal klaar met de levenswijze die ze daar hebben. Ik en m’n zonen wilden weg! Ver weg van Rijswijk. En zo kwamen we uit in Den Oever, in de kop van Noord-Holland.

 

Linda BiesheuvelWe kwamen daar uit, omdat ik voor Max iets zocht waar hij zich in alle rust kon ontplooien. Max is namelijk anders (autistisch). In de ‘gewone wereld’ was geen plaats voor hem. Het ging hem allemaal te vlug en de manier hoe de zorginstanties daar mee omgaan, stuitten Max en mij tegen de borst. We kwamen uit bij het ‘Vliercentrum’ in Opmeer, vlakbij Den Oever, aan de Waddenzee. Een dagopvang met een individueel programma voor Max. Daar kwam Max op de juiste plaats terecht, ‘hij heeft zichzelf daar terug gevonden’. Daar werkt hij 3 dagen bij ’n boer en gaat 1 dag naar school. De gehele dag is hij daar buiten bezig. En het is daar mooi buiten!! De weersinvloeden zijn daar niet te vergelijken met de invloeden die we hier in Vinkel hebben. Prachtige zonsondergangen, de vogels, en niet te vergeten de wind. Waaien! Niet normaal. Het hele jaar wind, wind, en nog eens wind.

 

Rick, die ook autistisch is, woont dan nog bij m’n moeder in Rijswijk. We gingen daar in het noorden, ‘terug naar de basis’. We woonden daar in een woonwagen die het aanzien niet meer waard was. We hebben daar 15 maanden geen toilet gehad en moesten dus nog naar ’n ouderwetse ‘poepdoos’ toe. Langzaamaan knapten we de woonwagen op, en toen we vertrokken deed het me potverdorie nog wat ook, om dat ‘ding’ achter te laten! We woonden daar buitendijks, dus zowat in de Waddenzee! Ik denk zelf, het mooiste stukje van Nederland. Maar toen kregen we het bericht dat de hele handel op slot ging! De geldkraan ging dicht. Max kon in Opmeer blijven werken, maar ‘ons’ paradijs aan de Waddenzee was niet meer. Ik moest dus op zoek naar onderdak en kreeg een huis toegewezen, omdat ik nog al die tijd ingeschreven stond, in Woudrichem. Toen ik ging kijken en zag dat het ’n rijtjeshuis was in een drukke wijk, en ook nog eens vlakbij de omgeving waar ik 2 jaar daarvoor had besloten om er niet meer terug te keren, moest ik dus op zoek naar iets anders.

Op marktplaats zag ik deze woning staan. Vinkel, of all places. Ik wist niet waar het lag en ik had er ook nooit van gehoord. Brabant, dat gaf me toch ’n prettig voorgevoel en de huurprijs stond me ook aan. Ik had namelijk niet veel te makken. We zijn gaan kijken en besloten de knoop door te hakken en in Vinkel te gaan wonen. Er moest een bult werk verzet worden, om het enigszins bewoonbaar te maken en we moesten er tegelijkertijd ook nog wonen. Ik heb maanden op alleen ’n matras in de kamer gelegen, in een grote puinhoop. Nu, 1 jaar verder, constateer ik dat het allemaal niet voor niets is geweest. Het begint iets te worden; de schrotenplafonds zijn allemaal geverfd, de kozijnen en deuren zien eruit om door ’n ringetje te halen en het voornaamste, volgens Linda: ‘de kachel brandt!’ Want wat heb je als mens nou nodig om te leven? Luxe? Nee, dat heb ik geleerd in die woonwagen. Warmte heb je nodig. Van ’n kachel, van jezelf en van de mensen om je heen! Zodat je die weer door kunt geven aan de mensen om je heen. Dat heb je nodig. De rest is allemaal bijzaak!

 

Zijn de jongens niet thuis? Vraag ik. Nee, die zijn dit weekend bij hun vader. Jammer zeg ik, dan had ik hun ervaringen over ons dorp kunnen vragen. Nou, zegt Linda, Max is 5 dagen in de week in Opmeer en Rick zit in Oss op speciaal onderwijs. Als ze in Vinkel zijn, dan zijn ze bij moeders. Ikzelf vind het uiterst prettig wonen hier. Wel heb ik moeten wennen aan de weg. Het geluid van de auto’s is iets anders als het ruisen van de zee. Ik ben bij de buurtvereniging gegaan en het contact met de buren is goed.

 

Wat ik de hele week doe, als ik niet met het huis bezig ben? Ik doe vrijwilligerswerk bij Divers in Den bosch. Vrijwillige thuiszorg coördineren. Mensen dus samenbrengen, die iets willen betekenen voor iemand die hulpbehoevend of eenzaam is. Gewoon wat kletsen, boodschappen doen, of eens samen ergens naartoe gaan. Je weet niet hoeveel mensen dat nodig hebben!! Zo verschrikkelijk dankbaar. Mijn holistische gedachte zorgt ervoor dat ik dit zo leuk vind. ‘Holistisch?’ vraag ik. Ja, zoek het eerst bij je zelf als er iets is en niet eerst bij ’n ander. ‘Zo’, zeg ik: ‘dat is een nobele gedachte!’ Zo is het toch ook? Kijk eens naar al die vluchtelingen! Het probleem hebben we zelf gecreëerd. Twee/derde deel van de wereldeconomie wordt middels wapenhandel binnen gehaald. Stop nou eens met die vuile handel en je zal zien dat het geweld op den duur afneemt. Die mensen die op de vlucht zijn, kan je toch geen ongelijk geven? We geven ze wapens en beginnen vervolgens te zeuren als de mensen moeten vluchten, omdat het daar niet meer veilig is. Stel je eens voor, dat je zelf daar vandaan komt! Wat zou jij doen? Als we wereldwijd ontwapenen stopt de oorlog vanzelf. Maar hoe krijg je de oorlog uit de mens! Daar moeten we ons mee bezig gaan houden i.p.v. ons verder verrijken met wapenhandel. Denk daar maar eens over na, mijnheer de verslaggever!!

 

Ik zeg dat ik de bedoeling had om er een luchtig, niets omvattend verhaal van te maken. Maar het dreigt een wereldverbeterend en serieus verhaal te worden. Laten we terug gaan naar Vinkel, zeg ik. Doe dat maar! Ik ben bang dat wij, aan deze tafel alle ellende niet opgeknapt krijgen. Vinkel dus, zoals de vlag er op dit moment bij hangt, kan ik best nog een hele poos hier blijven wonen. Max en Rick hebben rond het huis de ruimte, en ik verf, timmer en poets wat in en rond het huis. Het wordt stilletjes aan wel iets! Verder geef ik individuele sessies en workshops nu nog elders, maar ik hoop dit in de toekomst ook hier in de buurt te gaan doen. Als ik in alle rust m’n ding kan doen, de kinderen hebben het naar hun zin, dan hoor je mij niet klagen.

 

Na een aantal koppen koffie, trek ik m’n jas weer aan en zoek ik m’n ‘stalen ros’ weer op.
Op weg naar huis zijn ze bij Den Driehoek een ‘Knillis’ in ’n boom aan het hangen. Zou Linda bijvoorbeeld weten, dat zoiets ludieks bij de carnaval hoort. Er zijn in de omgeving andere dingen in bomen gehangen, met een heel andere bedoeling. Ik hoop dat ze ’t begrijpt! En anders ga ik het wel uitleggen. Of in ieder geval proberen!

 

Frank

Facebook