Wij staan voor Ons Vinkel

Wie wont doar eigenluk? - november 2016

Wie wont doar eigenluk? - november 2016

Vincent van Gochplein 1


Als ik op de eerste zaterdag van november over de Lindelaan fiets kom, ik Akram Mousi tegen. Dat is de Syriër die in Vinkel aan het Vincent van Gochplein woont. Net iets voor deze rubriek, denk ik bij mezelf, en besluit hem aan te spreken. I was looking for you! Zeg ik. Akram kijkt me verbaast aan en zegt: Nederlands? Wil je even met me ‘buurten’ over het hoe en waarom je in ons dorp terecht bent gekomen. Buurten? Praten bedoel ik. Jawel hoor! En zo komt het dus dat ik later die middag bij deze 56 jarige Syriër aan tafel zit.

Ik ben geboren in Latakia in het westen van Syrië. Een havenstad. Ook de aanstichter van het geweld in ons land, Bashar-al Assad is er geboren. Toen ik een baan kreeg in het leger verhuisde ik naar de hoofdstad: Damascus. Ik was officier in het leger van Assad. Maar toen ik m’n twijfels begon te krijgen over het bewind wat uitgevoerd moest worden, zat er niks anders op dan te vertrekken uit Syrië. Als je anders denkt dan Assad is dat de enige manier om uit handen van z’n sympathisanten te blijven. Mensen vermoorden is niet wat ik wil!!

 

Samen met m’n vrouw en 3 kinderen zijn we naar Turkije vertrokken. Ik geef je het te doen, vanaf ’n leuk appartement in Damascus, naar een vluchtelingen kamp in Turkije! Eigenlijk was er niet veel wat in orde was daar. Geen water, bijna geen eten, slechte tenten, noem maar iets op, en het deugde niet. Het enige bezit waren de kleren die we aanhadden. 3 jaar hebben we er gezeten totdat we op ’n dag te horen kregen dat we naar Nederland mochten. Maar niet allemaal bij elkaar. M’n vrouw en 3 zonen moesten naar Heerlen, en ikzelf zou in Rosmalen geplaatst worden. M’n oudste zoon woont inmiddels in Duitsland en heeft er een baan als engineer. Engineer? Vraag ik. Dat is iemand die technologisch onderzoek verricht en berekeningen maakt voor ’n technisch project. Pffff denk ik, “ginne stomme jongen”. De 2 jongste zijn nog in Heerlen, en hebben daar inmiddels ook het azc verlaten en wonen in een aardige woning. Beide willen in Utrecht gaan studeren. Maar voordat dat kan moeten ze eerst de Nederlandse taal onder de knie krijgen.

 

Als ik zeg dat Akram ,naar mijn mening al behoorlijk Nederlands spreekt, komt hij met ’n klein lap-topje aandragen. Kijk gekregen op school in Den Bosch. 3 dagen in de week ga ik naar het Koning Willem 1 college om er Nederlands te leren. Samen met 13 anderen. Hartstikke moeilijk. Nederlands praten gaat me stukken beter af dan ‘het’ schrijven. Vervoegingen dat maakt het zo moeilijk! Tijdens dit gesprek wordt de lap-top dan ook regelmatig gebruikt, en via google-translate probeer ik m’n vraag te stellen. Maar het merendeel gebeurt toch mondeling. Ik merk op de duur dat ik Engels, Duits, Vinkels en Nederlands door elkaar “lul”. Maar op het einde weten we wat we van elkaar bedoelen. Ik kijk veel tv vervolgd Akram. Nederlands gesproken programma’s daar leer ik dan automatisch weer mee!

 

Akram

 

Hoe kom je de dagen die overblijven dan door? Ik hoop binnenkort aan het werk te kunnen bij de groenvoorziening in Den Bosch. Donderdag ben ik uitgenodigd om langs te komen en Akram laat me de brief van de Weener-groep zien. U bent verplicht te komen, lees ik. Als u op dit gesprek niet aanwezig bent, zal dit invloed hebben op uw uitkering. En terecht zegt Akram. Ik snap echt wel dat we iets terug moeten doen, voor het geen we hier krijgen. Het maakt me echt niks uit wat ik moet doen. Als ik maar iets kan doen. Ik vertel Akram dat er in Vinkel mensen bezig zijn met ’n molen. Daar ben ik al eens wezen helpen. Als m’n vriend me komt halen, ga ik weer mee. Ik probeer te begrijpen wie Akram bedoelt met z’n vriend maar na ’n kwartier geef ik het op! Ik snap echt niet wie hij bedoelt!

 

Inmiddels krijg ik een tweede kop koffie, en ook aan iets lekkers ontbreekt het niet. Heb jij ook kinderen? 3 zeg ik, en ik krijg wat snoepjes in m’n hand geduwd. Hij zal wel nie weten dè ze inmiddels al nie klein mer zèn. Of zut tie denke: zònne jonge mens hè gin grote kènder. Fout! D’n oudste is 18. Mar goed, snoep lussen ze allemoal! Ik vind het in Vinkel echt rustig wonen. Vervolgd Akram. Ik woonde 4 jaar geleden nog in Damascus. Dat is anders dan hier. Druk, druk, druk. Toen ik er nog woonde leefde er circa 2 miljoen mensen in de mogelijk oudste stad van de wereld. Misschien wel de oudste stad. Benieuwd wat er van overblijft, na al het slechte nieuws wat ik hoor! Akram kijkt me aan, en zucht…

Over zijn buren is Akram uitermate te spreken. Jo Verhallen is m’n buurman. Jo helpt me daadwerkelijk overal mee. Als er iets gehaald moet worden, ’n gat geboord moet worden, of andere klusjes, in of om het huis, Jo is paraat. Ook zijn broer Adri Verhallen doet veel voor me. Maar ik wil Thea Pennings en Rianne vd Biezen niet vergeten, ook zij zijn van onschatbare waarde voor iemand zoals ik. Er zijn hier in Vinkel veel mensen die het beste met me voorhebben. Hans en Marianne Kreutzer ook mensen die echt om me geven. Als ik zeg dat het gevaarlijk is om namen te noemen, omdat de kans groot is om iemand te vergeten antwoord Akram: Oja!! Marion Aarts en haar dochter Jannemieke niet vergeten te vermelden. Door de taalbarrière is het moeilijk om te weten wie Akram allemaal nog bedoeld, maar een ding weet ik wel, hij is hier in Vinkel gelukkig met iedereen die om ‘m geeft. Mocht ik nu iemand niet vernoemd hebben, dan ligt het niet aan hem, maar aan mij. Iedereen is welkom bij Akram om eens te kletsen. Schroom niet om eens aan te komen zegt hij.

 

Wat wist je van Nederland voor je hier kwam vraag ik dan. Ik wist dat er molens stonden, dat het aan zee lag, en het belangrijkste: het is er politiek stabiel. Wat me hier ook opvalt is dat er zoveel gefietst wordt. Iedereen fietst, jong en oud. En de wegen zijn hier allemaal zo goed. In Syrië is dat allemaal veel minder. Misschien ligt het daar wel aan dat daar minder gefietst wordt. Beiden weten we er geen antwoord op. Op de vraag wat er gaat gebeuren, mocht er in Syrië weer vrede zijn beantwoord hij resoluut: Dan gaan we terug. Ik ben Syriër, en heb het beste voor met mijn land, maar ik krijg nog wekelijks berichten van m’n zus, die in een ziekenhuis in Damascus werkt, dat het er verschrikkelijk is. Damascus zelf blijft behoorlijk gespaart maar zo’n 20 kilometer buiten de stad is het echt ‘hommeles’. Maar zolang Basher Al-Assad in Syrië nog aan de macht is, Rusland (lees Vladimir Poetin) achter de schermen de lakens uitdeelt, en Ali Khamenei in Iran alles voor het zeggen heeft. Lijkt vrede in m’n vaderland ver weg. Het probleem is niet alleen Syrië. De landen in de regio hebben allemaal invloed op ’n bepaalde bevolkingsgroep. Het zal inderdaad niet mee vallen zeg ik, en heb medelijden.

 

Ik heb altijd de bedoeling gehad om m’n verhaaltje positief af te sluiten. Maar op weg naar huis, bedenk ik dat het deze keer niet mee zal vallen. Maar ik ben er zeker van dat als alle mensen in Vinkel waren zoals Akram, werd ons dorp er beter van. Denk daar maar eens over na.
Frank

Facebook