Wij staan voor Ons Vinkel

Wie wont doar eigenluk? - januari 2018

Wie wont doar eigenluk? - januari 2018

Weerscheut 13


Op een van de dagen tussen kerst en oud op nieuw zit ik aan tafel bij Wiel van den Ekker en Martha Hak, die sinds Juli 2015 op Weerscheut 13 wonen.  Maar voor ik binnen ben vraag ik me af welk paadje ik moet hebben om bij hen te kunnen komen. Links: zand (lees slijk) pad, of rechts, tussen de heg over het asfalt?   Ik besluit het laatste te doen.

 

Als ik binnen ben, begin ik te vertellen over hoe lang geleden het is dat ik hier binnen ben geweest. Ik weet het namelijk nog precies! Ik was hier samen met m’n broer aan het verven.  14 Mei 1985. De avond  dat Robbie de Wit het Nederlands elftal naar de play-offwedstrijden schoot voor het WK voetbal in Mexico, een jaar later. Beide blijken dat niet meer te weten. Sorry zeg ik. Ik onthoud alleen dingen waar je niks aan hebt. Als we uitgebuurt zijn over die bewuste voetbalavond in Boedapest, beginnen we over waar ik voor gekomen ben.

 

Wiel is geboren in het Limburgse Maasbree. Waar hij tot z’n 15e heeft gewoond. Nu meende ik op te schrijven waar hij toen naar toe ging, maar dat is me ontschoten. Wel weet ik nog dat hij op z’n 26e levensjaar dierengeneeskunde heeft gestudeerd in Utrecht. Prachtige tijd gehad daar! Nadat hij afgestudeerd was kon hij in Nederland geen werk vinden. Via de universiteit kwam hij aan een baan in Phoenix, de hoofdstad van de staat Arizona (VS). Verenigde staten en dierenarts, dat doet mij denken aan dokter Pol! Pfff is de reactie van Wiel, laat je niet voor de gek houden. Fake fake en nog eens fake. Als wat je er ziet is nep joh! En toch zie ik het op z’n tijd graag. Dat mag ook, maar het is behoorlijk geromantiseerd allemaal. Nee, het leven van een veearts is in Amerika vergelijkbaar met dat van hier. Elke veearts heeft z’n specialiteiten. Bij de een zijn dat de herkauwers en bij de ander zijn dat varkens of huisdieren. Je kan je niet op alle dieren zo specialiseren. Het leven van de dieren vroeger wordt echter ook geromantiseerd, want denk nou niet dat de dieren in een ouderwetse potstal het beter hadden dan tegenwoordig. Vroeger kwam de dierenarts om ’n dier beter te maken. Nu komt de dierenarts om te voorkomen dat het beest ziek wordt. Van curatief naar preventief noemen wij dat in ons vak.

 

Martha heeft tot de 30e als microbiologisch analist gewerkt in Boxtel. Maar het werd op den duur ’n sleur voor me en besloot om in ’n drogisterij te gaan werken in Geldermalsen. Op een steenworp afstand van m’n geboortedorp Tricht. Leuk werk, zet er maar bij Frank, de hele dag contact met mensen. Maar inmiddels ben ik secretaresse bij Emco Benelux in Hedel. Deurmatten en schoonloopzone ’s verkopen we daar. Lekker en leuk bedrijfje waar we met 26 man werken. Daarnaast ben ik sinds kort een schoonheids- en massagesalon begonnen. De praktijk is hier aan huis. Met de opbrengsten van die salon hoef ik geen gezin groot te brengen, maar als je met hobby ’n paar centen kan verdienen is het toch prima. Niet dan? Ik knik instemmend en vraag, wat heeft jullie naar Vinkel gebracht?  

 

ivo_joyce_esmee_martha_wiel.jpg

 

Wiel: Nadat mijn huwelijk in Geffen was stuk gelopen besloot ik om in het buitengebied te gaan wonen. Maar wel in ’n straal van maximaal 10 kilometer rond Geffen omdat m’n 2 zonen helemaal Geffens waren/zijn. En zodoende kwamen we in dit huis terecht. Vele malen kwam ik hier langs gereden, maar dacht nooit dat het iets voor ons zou zijn. Toch de makelaar maar eens gebeld. Er bleek onderhandelingsruimte en 14 dagen later stond het op onze naam. Daar kwam ook nog eens bij dat m’n jongste zoon een meisje heeft op Kaathoven, dus hij kwam korter bij z’n liefje. Ook het huwelijk van Martha hield niet stand en zo hebben zij nu een samengesteld gezin, zoals dat tegenwoordig heet. Maar voor Martha was het iets lastiger om haar 2 dochters mee naar hier te nemen. Omdat we in Geldermalsen woonden. En Vinkel heef vanuit daar niet echt aantrekkingskracht, begrijp je? Maar inmiddels maken Esméé en Joyce het prima hier. Joyce voetbalt in Geffen in het 1ste vrouwenteam van de plaatselijke rood-witten en Esméé op een lager niveau. De twee jongens van Wiel spelen bieden heel hun leven al voor Nooit Gedacht. De oudste, Thijs, woont in Oss en Ivo heeft het huis van z’n moeder gekocht en gaat in mei terug naar Geffen.

 

Dan heb je vandaag of morgen meer dan genoeg ruimte in dit ruime huis! Maar niet lang zegt Wiel. Ik wil namelijk m’n doka opnieuw opbouwen. Pardon?? Doka ja! Donkere kamer! Dat is een lichtdichte kamer waar het ideaal is om analoog gemaakte foto’s te ontwikkelen. Zeg maar de ouderwetse foto’s vanaf het fotorolletje. Fotograferen is de hobby van Martha en is mijn passie. Fotograferen als zoekwoord op ’n datingsite. Het bracht ons bij elkaar. We fotograferen het liefst zelf gecreëerde kunst. Kijk daar achter je hangt bijvoorbeeld iets wat ik heel leuk vind. Dat is een muziekspeaker, daarover wat plastic gespannen, felle kleuren verf erop gegooid en dan de muziek aan zetten en de volumeknop vanuit het niets op tien zetten. Inderdaad, zeg ik, het lijken net 2 poppetjes die elkaar met beide handen vasthouden. Beide kijken vol trots naar het schilderij. Op de schouw valt m’n oog op een oude analoge camera. Zo worden ze niet meer gemaakt zegt Wiel. Is nog van m’n studententijd in Utrecht. Links en rechts een aantal foto’s maken, die dan proberen te verpatsen en van die opbrengst weer betere apparatuur kopen. In m’n jas heb ik een fototoestel zitten om het huis en de bewoners ervan te fotograferen en die dan bij dit artikel te plaatsen. Ik laat hem daar zitten en vraag of zij misschien iets voor me kunnen betekenen.  Gaan we doen is hun gezamenlijke antwoord. Ik heb sinds kort een drone. Kan je leuke foto’s mee maken joh! Stuur ze maar naar mij, zeg ik. Verras me.  

 

Stof zat voor weer ’n stukje in dit bloajke. Ik stap op. Eenmaal in m’n auto zie ik links en recht weer die paadjes liggen. En denk ik weer aan 14 mei 1985. Ik besluit met dezelfde euforie als toen het zandpaadje (wat inmiddels is veranderd in een sloot) te nemen. Plankgas trek ik munne Ford door de blubber naar de Weerscheut met in gedachte het ‘stiftje’ van ene Robbie de Wit. Thuis gekomen vraagt m’n vrouw: Woar hedde gè mè diee wagen ergens ingezeten joh? In 1985 zeg ik. Ze begrijpt me niet. Ik laat het zo en ben al op weg om ’n emmer water en ’n spons te zoeken.

Facebook